Een korte geschiedenis van de stad
Zoals geen ander heeft Jacques Brel ons vlakke land bezongen ...
Toen de meimaand de bloemen van de meidoorn deed ontluiken, werd Uilenspiegel, de zoon van Klaas, in Damme geboren (De legende van Uilenspiegel, Charles de Coster).
In de 11de eeuw ontstond er op de plaats waar Damme nu ligt een haven langs één van de kreken van de Sincfal. Deze haven noemde men Letterswerve.
In de 12de eeuw werd het Zwin door stormvloeden uitgeschuurd en werd er een dam dwars door het Zwin gebouwd, ter beveiliging van het hinterland.
Aan de dam ontstond toen Damme, die dè haven van Vlaanderen zou worden. Brugge genoot van deze uitzonderlijke situatie en werd dank zij het Zwin de grote handelsstad in de 14de en 15de eeuw. Ook Gent onderkende de voordelen van het Zwin en liet rond 1260 de Lieve naar Damme graven.
Damme werd niet alleen een voorhaven voor Brugge en Gent, maar genoot ook van uitzonderlijke stapelrechten op wijn en haring, waardoor ze o.a. de grote handelsstad werd voor wijn in Vlaanderen. De steden, de abdijen, de heren uit Vlaanderen, Brabant, Henegouwen e.a. kwamen hier hun wijnen uit de Poitou en de Rijnstreek aankopen.
Damme floreerde als haven tot laat in de 14de eeuw. Op het einde van de eeuw werd de stad door de Gentenaars bezet en door de Hertog van Bourgondië belegerd. De stad werd gedeeltelijk vernield en zou nooit meer de oude worden. Ook het Zwin begon te verzanden en Sluis nam de functie van Zwinhaven over. In de 15de eeuw was Sluis de grote zeehaven van Bourgondië.
Damme, die reeds vanaf de 13de eeuw door stadswallen werd omringd, kreeg in 1616 gedurende het Twaalfjarig Bestand een nieuwe gebastioneerde fortificatie naar Italiaans model en werd vanaf toen een garnizoenstad.
In 1811 liet Napoleon de Damse vaart graven, die een verbinding moest worden tussen de vaarten ten westen van Brugge en de Schelde te Breskens. Alleen het deel Brugge-Sluis werd gerealiseerd. Een deel van de stad werd daarbij verwoest.
Nu is Damme een toeristische stad geworden, waar gastronomie en literatuur hoogtij vieren.
Relicten van haar vroegere rijkdom zijn nog in de stad te vinden. Damme bezit nog enkele zeer mooie gebouwen: de O.L.Vrouwkerk en het Sint-Janshospitaal uit de 13de eeuw, het stadhuis en nog enkele mooie gotische huizen uit de 15de eeuw. Ook Maerlant en Uilenspiegel zijn nog in het stadsbeeld aanwezig. De 17de-eeuwse fortificaties zijn nog zeer goed zichtbaar.
Het loont de moeite Damme te bezoeken.
Het wapen van Damme is: keel, een faas van zilver, geladen met een springende hond van sabel.
De hond heeft een dubbele betekenis.
1° Bij haar ontstaan, in de tweede helft van de 12de eeuw, noemde de stad ook Hondesdamme, wat Dam aan de zeearm de Honte betekent. Naar analogie: de hond.
2° Een legende vertelt dat dijkwerkers, die zonder resultaat een bres in een dijk bij de stad probeerden te dempen, een hond, die reeds verschillende nachten onheilspellend jankte, vingen en in de bres gooiden. Dan pas werd het mogelijk de bres te dichten.
De hond op het wapen van de stad was tot in de 19de eeuw van keel en werd slechts in 1838 van sabel.